Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 augustus 2016
Onder 3.21. Parket bij de Hoge Raad 30 augustus 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 augustus 2016, ECLI:NL:PHR:2016:979.
Wel nu, juist omdat niet duidelijk is wat het hof heeft bedoeld, kan het middel, dat als gezegd in wezen klaagt over een innerlijke tegenstrijdigheid in de bestreden uitspraak, niet slagen. In cassatie kan immers niet vastgesteld worden dat van een dergelijke tegenstrijdigheid sprake is. Hetzelfde kan ook op een iets andere wijze onder woorden worden gebracht. Uit het voorgaande blijkt dat, zo het oordeel van het hof dat de behandeling van de vorderingen op de door het hof genoemde grond een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert, al niet getuigt van een onjuiste rechtsopvatting, dat oordeel in elk geval volstrekt onbegrijpelijk is. Dat betekent dat de klacht dat de oplegging van de schadevergoedingsmaatregelen in het licht van dat ontvankelijkheidsoordeel onjuist dan wel onbegrijpelijk is, niet kan slagen. Het is veeleer andersom. Het oordeel van het hof dat vaststaat dat de benadeelde partijen schade hebben geleden en de eenvoudige wijze waarop het hof de omvang van die schade vaststelt, maken het oordeel van het hof dat de behandeling van de vorderingen een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert, er alleen maar onbegrijpelijker op.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8b01196d9afdc43dbae6f82b39cf979eaf5b1c8556fe83c745b4f0e0d1577398. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8b01196d9afdc43dbae6f82b39cf979eaf5b1c8556fe83c745b4f0e0d1577398, en de alinea staat in dat document op bytes 36527 tot 37718.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8b01196d9afdc43dbae6f82b39cf979eaf5b1c8556fe83c745b4f0e0d1577398 | shasum -a 256