Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 augustus 2016

Onder 4.4. Parket bij de Hoge Raad 30 augustus 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 augustus 2016, ECLI:NL:PHR:2016:979.

Uit het bestreden arrest blijkt niet dat [benadeelde partij] één van de benadeelde partijen is die zich in hoger beroep opnieuw heeft gevoegd in het strafgeding. De naam [benadeelde partij] komt niet voor in de - van het dictum van het arrest deel uitmakende -opsomming van benadeelde partijen die door het hof niet-ontvankelijk zijn verklaard in hun vordering. Van een vergissing lijkt daarbij geen sprake te zijn. Bij de aan de Hoge Raad toegezonden stukken bevindt zich geen stuk waaruit kan blijken dat [benadeelde partij] zich in hoger beroep wel opnieuw heeft gevoegd in het geding. Het moet er derhalve voor worden gehouden dat het arrest van het hof terecht geen beslissing bevat op de vordering van [benadeelde partij] en dat het tegen dat arrest namens [benadeelde partij] ingediende middel geen betrekking kan hebben op een rechtspunt dat diens vordering betreft. Het middel dient dan ook buiten bespreking te blijven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8b01196d9afdc43dbae6f82b39cf979eaf5b1c8556fe83c745b4f0e0d1577398. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8b01196d9afdc43dbae6f82b39cf979eaf5b1c8556fe83c745b4f0e0d1577398, en de alinea staat in dat document op bytes 39637 tot 40646.