Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 augustus 2016

Alinea 42 Parket bij de Hoge Raad 30 augustus 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 augustus 2016, ECLI:NL:PHR:2016:980.

De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat de rechtmatigheid van het vuurwapengebruik moet worden beoordeeld aan de hand van de op dat moment aan verbalisant [verbalisant 4] bekende informatie en erop gewezen dat [verbalisant 4] er niet alleen van uit ging dat een vrouw was beroofd van haar tas, maar ook dat de verdachte in een auto was gestapt die op naam stond van een vuurwapengevaarlijke persoon. Het hof deelt dit standpunt van de advocaat-generaal niet. De strafrechter moet de rechtmatigheid van politieoptreden toetsen aan de hand van alle hem ter beschikking staande informatie over dit optreden, wat kan betekenen dat informatie waarvan de politie op het moment zelf uit mocht gaan, maar die achteraf onjuist blijkt te zijn, niet ter legitimatie van dit optreden kan dienen. In het onderhavige geval is uit de door de advocaat-generaal overgelegde politiemutatie, waarop de melding over de vluchtauto was gebaseerd, niet op te maken dat degene op wiens naam de auto stond als vuurwapengevaarlijk kon worden aangemerkt. Uit de mutatie volgt juist dat de politie constateert dat deze persoon niet over een vuurwapen beschikte. Dat degene op wiens naam de auto stond vuurwapengevaarlijk zou zijn en er daarom mogelijk een vuurwapen in het spel was, kan naar het oordeel van het hof, achteraf gezien, niet worden betrokken bij de beoordeling van de rechtmatigheid van het optreden van verbalisant [verbalisant 4]. Maar zelfs als ervan wordt uitgegaan dat niet in strijd zou zijn gehandeld met de ambtsinstructie in verband met een mogelijke link van de verdachte met eerder vuurwapengebruik en gezien het feit waarvan de verdachte werd verdacht, is het hof van oordeel dat verbalisant [verbalisant 4] in dit geval niet heeft kunnen overgaan tot het gericht schieten met het dienstwapen. Het hof overweegt daartoe dat het geenszins noodzakelijk was om de verdachte aan te houden door op hem te schieten, omdat dit doel eenvoudig op een andere manier kon worden - en ook is - bereikt. Uit de door het hof vastgestelde feitelijke toedracht blijkt dat de verdachte van de verbalisanten wegrende, niet zichtbaar gewapend was en voor de verbalisanten op dat moment geen bedreiging vormde, terwijl de politie met acht man sterk aanwezig was, waaronder twee agenten op de motor die de verdachte binnen een mum van tijd konden aanhouden, wat zij ook daadwerkelijk hebben gedaan. De situatie was ook in die zin onder controle dat de bestuurder van de Citroën waarin de verdachte zich bevond had voldaan aan alle door de politie gegeven aanwijzingen, de twee inzittenden direct konden worden aangehouden en evenmin een bedreiging vormden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/58d6c33b0d42476dda398d74961e59c7b2b37da9d36b19dc9eda43ed52b171ec. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 58d6c33b0d42476dda398d74961e59c7b2b37da9d36b19dc9eda43ed52b171ec, en de alinea staat in dat document op bytes 17336 tot 20003.