Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 september 2016
Onder 2.28 Parket bij de Hoge Raad 30 september 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 september 2016, ECLI:NL:PHR:2016:981.
“De leverancier, in het bijzonder als hij te goeder trouw is, moet een zekere bescherming genieten, in die zin dat zijn handelsactiviteiten niet onnodig worden belemmerd. Deze bescherming mag echter niet weer zover gaan dat de belangen van de octrooihouder te zeer in het gedrang komen. (...) De leverancier maakt zich daarom volgens het eerste lid alleen dan schuldig aan indirecte octrooi-inbreuk als hij weet dan wel het gezien de omstandigheden duidelijk is, dat de eerder omschreven middelen a geschikt zijn en b ook bestemd zijn voor toepassing van een uitvinding, die geoctrooieerd is. Er moet dus bij de leverancier een zekere kennis aanwezig zijn omtrent de geschiktheid en de bestemming van de middelen, alsmede omtrent het geoctrooieerd zijn van de uitvinding. Aan de andere kant wordt de bewijslast op dit punt voor de octrooihouder enigszins verlicht, doordat van hem niet het bewijs wordt gevergd, dat de leverancier wetenschap op deze punten had; de octrooihouder kan volstaan met het lichtere bewijs dat een en ander duidelijk uit de omstandigheden volgde. Hierdoor is een systeem bereikt, waarbij met de belangen van zowel van de octrooihouder als van de leverancier is rekening gehouden.”
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/177eaa6eda96ccd4f95662432bf3eaac7b04be5334a24466e7e4a30e7cb7e264. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 177eaa6eda96ccd4f95662432bf3eaac7b04be5334a24466e7e4a30e7cb7e264, en de alinea staat in dat document op bytes 93388 tot 94611.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/177eaa6eda96ccd4f95662432bf3eaac7b04be5334a24466e7e4a30e7cb7e264 | shasum -a 256