Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 september 2016

Onder 3.5 Parket bij de Hoge Raad 30 september 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 september 2016, ECLI:NL:PHR:2016:984.

Volledigheidshalve teken ik nog het volgende aan. In hun memorie van grieven onder 3.6 hebben [eiseressen] uitdrukkelijk – zij het zonder enige toelichting – het standpunt ingenomen dat van een vordering als bedoeld in art. 3:305a BW geen sprake is. In dat licht zou kunnen worden betoogd dat het het Hof niet vrijstond toch toepassing aan voornoemd artikel te geven. Het Hof had zich, indien het binnen de grenzen van de rechtsstrijd was gebleven, mogelijk het nodige werk kunnen besparen. Niet onmiddellijk valt in te zien op welke andere grond [eiseres 1] voor het gezamenlijk belang van de schuldeisers kon opkomen, terwijl ten aanzien van [eiseres 2] wordt betwist dat zij schuldeiser is in het faillissement van [A] (of van de vennoten).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c2ff7afe18247d8b1c32825674f2eefe3d8a5fcf8e772a5160fef43751ac05ba. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c2ff7afe18247d8b1c32825674f2eefe3d8a5fcf8e772a5160fef43751ac05ba, en de alinea staat in dat document op bytes 21052 tot 21941.