Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 oktober 2016
Onder 3.9 Parket bij de Hoge Raad 7 oktober 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 oktober 2016, ECLI:NL:PHR:2016:987.
Maar het moet niet geoorloofd zijn dat reeds bij voorbaat, bijv. bij het aangaan van de arbeidsovereenkomst of huurovereenkomst, een vaststelling plaats vindt die steunt op een bepaalde, in de literatuur omstreden uitleg van een dwingende wetsbepaling, aan welke uitleg dan de huurder of werknemer gebonden zou zijn, ook al zou op het ogenblik dat de bepaling daadwerkelijk voor inroeping in aanmerking komt, bijv. bij ontslag of opzegging van de huurovereenkomst, de rechtspraak ter zake van deze uitleg inmiddels anders hebben beslist of nog kunnen beslissen. Een bepaling die dit laatste toestaat, zou het dwingend recht op ontoelaatbare wijze ondermijnen. Bovendien is de behoefte aan het zelf scheppen van zekerheid voor partijen hier ook duidelijk geringer dan in het geval dat zij reeds door een concreet geschil of een vraag naar aanleiding van een concreet geval in moeilijkheden zijn geraakt.”
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1db60efb7795ec678cc29fbc39d4e452689c9f616e00061c3e228fcfa5f089e9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1db60efb7795ec678cc29fbc39d4e452689c9f616e00061c3e228fcfa5f089e9, en de alinea staat in dat document op bytes 41656 tot 42638.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1db60efb7795ec678cc29fbc39d4e452689c9f616e00061c3e228fcfa5f089e9 | shasum -a 256