Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 oktober 2016

Onder 3.24 Parket bij de Hoge Raad 7 oktober 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 oktober 2016, ECLI:NL:PHR:2016:987.

“35. (…) De bevoegdheid tot het opleggen van een (forfaitaire) schadevergoeding vindt haar grondslag in de artikelen 15, 16 en 17 Wet CAO alsmede in artikel 3 lid 3 Wet AVV. Op grond van artikel 15 Wet CAO juncto artikel 3 lid 4 Wet AVV kan vergoeding van vermogensschade worden gevorderd. Uit hoofde van artikel 16 Wet CAO en artikel 3 lid 4 Wet AVV kan ook vergoeding van immateriële schade worden gevorderd. Blijkens artikel 17 Wet CAO kan een van artikel 15 en 16 Wet CAO afwijkende regeling in een CAO worden opgenomen. In artikel 3 Wet AVV staat een gelijke regeling. Een voorbeeld van een dergelijke vergoeding is een gefixeerde schadevergoeding die verschuldigd is bij overtredingen van CAO bepalingen. De schadevergoeding betreft derhalve ook de schade die CAO partijen lijden doordat zij bij hun leden vertrouwen en prestige hebben verloren, alsmede het verlies aan wervingskracht. De immateriële schadevergoeding ex artikel 15 Wet CAO en artikel 3 lid 4 Wet AVV is ook opgenomen omdat in zodanige gevallen de werkelijke, door de CAO partijen geleden schade niet, althans zeer moeilijk te bewijzen is en veelal van immateriële aard. Tot slot gaat het bij de schadevergoeding om een prikkel tot nakoming. Het een en ander is door de Hoge Raad reeds uitgemaakt in het arrest van 2 november 1979 (De Bruin/Vervoersbond, NJ 1980, 227).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1db60efb7795ec678cc29fbc39d4e452689c9f616e00061c3e228fcfa5f089e9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1db60efb7795ec678cc29fbc39d4e452689c9f616e00061c3e228fcfa5f089e9, en de alinea staat in dat document op bytes 64907 tot 66357.