Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 oktober 2016

Onder 3.37 Parket bij de Hoge Raad 7 oktober 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 oktober 2016, ECLI:NL:PHR:2016:987.

Onderdeel 3.2 onder b klaagt dat het hof in rov. 5.4 ten onrechte ‘wachttijd’ als bedoeld in art. 2.1.4 onder B van de CAO Taxivervoer voor de werknemer, die volgens de CAO taxivervoer verricht, gelijk stelt aan die van werknemers met een beschikbaarheidsdienst zoals de artsen of brandweerlieden met wachtdienst en/of beschikbaarheidsdienst in de door het hof vermelde rechtspraak van het HvJEG. Het onderdeel betoogt in dat verband dat er bij de werknemer die taxivervoer verricht geen sprake is van fysieke aanwezigheid in de instelling van de werkgever, maar dat er wel sprake kan zijn van tijdvakken van inactiviteit waarbinnen de werknemer de keuze heeft om zijn dienst zolang te beëindigen en te hervatten indien hij voor klanten van de werkgever taxivervoer moet verrichten. Volgens het onderdeel valt de wachttijd binnen de tijdvakken van inactiviteit buiten de arbeidstijd dan wel samen met de door de Arbeidstijdenrichtlijn bepaalde dagelijkse rusttijd, zodat voor een pauze binnen deze tijdvakken geen aanleiding of verplichting bestaat in de zin van art. 2, leden 1, 2 en 9, en art. 4 Arbeidstijdenrichtlijn (en daarmee art. 5:4 Arbeidstijdenwet juncto art. 2.5:1 Arbeidstijdenbesluit vervoer).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1db60efb7795ec678cc29fbc39d4e452689c9f616e00061c3e228fcfa5f089e9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1db60efb7795ec678cc29fbc39d4e452689c9f616e00061c3e228fcfa5f089e9, en de alinea staat in dat document op bytes 84594 tot 85918.