Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 oktober 2016

Onder 3.48 Parket bij de Hoge Raad 7 oktober 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 oktober 2016, ECLI:NL:PHR:2016:987.

Zoals hiervoor is besproken, heeft het hof in rov. 4.2 geoordeeld dat SFT een eigen vorderingsrecht heeft, waaraan de afstandsverklaring van de chauffeurs niet afdoet. De tegen dit oordeel gerichte klachten falen. In rov. 6.4 heeft het hof overwogen dat Blue Taxi in hoger beroep (voor het eerst) heeft gesteld “dat hij wel degelijk wachttijd uitbetaalt, namelijk de tijd dat een chauffeur op zijn ritstaat aangeeft dat hij zijn dienst hervat (bijvoorbeeld om aan te sluiten in de rij op de taxistandplaats) tot het moment dat hij een rit aanvangt”. Het hof heeft vervolgens geoordeeld dat Blue Taxi deze stelling op geen enkele wijze heeft onderbouwd. In het bestreden oordeel ligt besloten dat het hof van oordeel is dat, indien de in hoger beroep door Blue Taxi ingenomen stelling op waarheid berust, hij deze stelling richting SFT ook gedocumenteerd had moeten onderbouwen. Het oordeel van het hof dat de brieven met daarin weergegeven de vaststellingsovereenkomsten met de chauffeurs geen geloofwaardige verklaring geven voor het ontbreken van betaalde wachttijd en het oordeel dat met deze brieven evenmin is aangetoond dat Blue Taxi, naar zij voor het eerst in hoger beroep heeft gesteld, wachttijd heeft verloond conform de pauzeregeling van de CAO Taxivervoer is zeker niet onbegrijpelijk.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1db60efb7795ec678cc29fbc39d4e452689c9f616e00061c3e228fcfa5f089e9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1db60efb7795ec678cc29fbc39d4e452689c9f616e00061c3e228fcfa5f089e9, en de alinea staat in dat document op bytes 94479 tot 95830.