Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 oktober 2016
Onder 3.3 Parket bij de Hoge Raad 7 oktober 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 oktober 2016, ECLI:NL:PHR:2016:987.
Ter onderbouwing van het oordeel dat, anders dan de rechtbank heeft aangenomen, SFT rechtens wel belang heeft bij het instellen van haar vorderingen, overweegt het hof in rov. 4.2 allereerst dat de vorderingen niet zijn achterhaald door de vaststellingsovereenkomsten, maar dat de vaststellingsovereenkomsten ingevolge het bepaalde in art. 3 Wet AVV nietig zijn, indien zij strijdig zijn met verbindend verklaarde bepalingen uit de CAO Taxivervoer. Het hof overweegt vervolgens dat daarbij komt dat SFT op grond van art. 15 Wet CAO juncto art. 3 Wet AVV een eigen vorderingsrecht heeft, waaraan een afstandsverklaring van de chauffeurs niet kan afdoen. De vaststellingovereenkomsten kunnen naar het oordeel van het hof dus in ieder geval geen effect sorteren jegens SFT. Beide gronden kunnen de conclusie dat SFT rechtens belang heeft om een (forfaitaire) schadevergoeding te vorderen, zelfstandig dragen. De eerste grond wordt aangevallen door onderdeel 1; onderdeel 2 richt zich tegen het oordeel dat SFT op grond van de wet een eigen vorderingsrecht heeft. Indien één van de onderdelen faalt, hoeft het andere onderdeel bij gebrek aan belang geen bespreking meer. Zoals hierna zal blijken kunnen beide onderdelen niet tot cassatie leiden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1db60efb7795ec678cc29fbc39d4e452689c9f616e00061c3e228fcfa5f089e9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1db60efb7795ec678cc29fbc39d4e452689c9f616e00061c3e228fcfa5f089e9, en de alinea staat in dat document op bytes 28934 tot 30191.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1db60efb7795ec678cc29fbc39d4e452689c9f616e00061c3e228fcfa5f089e9 | shasum -a 256