Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 januari 2016

Alinea 118 Parket bij de Hoge Raad 5 januari 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 januari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:99.

25. Het hof heeft als verklaring van de aangeefster tot bewijs gebezigd dat de dader ongeveer een kop groter was dan zijzelf en dat zij ongeveer 1.70 meter is en aan die verklaring waarde gehecht voor zijn oordeel dat verdachte die dader is. Hierin ligt de niet-onbegrijpelijke weerlegging van genoemde stelling besloten. Een schatting is immers niet een precieze lengtebepaling en het is heel goed voorstelbaar dat een lengteverschil van 22 centimeter wordt ingeschat als “een kop groter”. Dat de aangeefster daarnaast nog andere verklaringen heeft afgelegd over de lengte van de dader doet daaraan niet af. Die verklaringen zijn immers niet tot bewijs gebezigd en daaraan heeft het hof dus geen (bewijs)waarde gehecht. Gelet op de aan de feitenrechter voorbehouden selectie en waardering van het bewijsmateriaal, stond dat het hof vrij.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/690a00694f31bc1eafeddd137301129975bdf3c299c98d42752ef80a0f6e7080. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 690a00694f31bc1eafeddd137301129975bdf3c299c98d42752ef80a0f6e7080, en de alinea staat in dat document op bytes 64003 tot 64858.