Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 januari 2016
Alinea 121 Parket bij de Hoge Raad 5 januari 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 januari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:99.
28. Ten tweede wordt gesteld dat het hof niet is ingegaan op de door de verdediging aangevoerde omstandigheid dat zowel deskundige Van Koppen als deskundige Peters hebben aangegeven dat de Foslo-confrontatie op ondeugdelijke wijze heeft plaatsgevonden. Bedoeld ‘standpunt’ maakte deel uit van het door de verdediging gevoerde betoog dat de resultaten van die Foslo-confrontatie niet tot bewijs gebezigd mochten worden. Het hof heeft in reactie daarop uitvoerig uiteen gezet dat en waarom het de resultaten van die confrontatie wel bruikbaar acht voor het bewijs. Daaruit blijkt onder meer dat het hof het rapport van Van Koppen niet meeneemt in zijn beoordeling omdat is gebleken dat Van Koppen in grote haast, op basis van gebrekkige kennis van het dossier zijn oordeel over de Foslo heeft gevormd. Daarin ligt als niet onbegrijpelijke oordeel besloten waarom het hof ook Van Koppen’s mening over de wijze waarop de Foslo-confrontatie heeft plaatsgevonden niet volgt. Ten aanzien van deskundige Peters geldt dat ik uit het proces-verbaal van de terechtzitting van 21 juni 2013 waar zowel Van Koppen als Peters zijn gehoord, niet kan opmaken dat Peters de conclusies van Van Koppen onderschrijft dat de Foslo-confrontatie hier op ondeugdelijke wijze heeft plaatsgevonden. Het proces-verbaal houdt in dat Peters “in het algemeen (…) het verhaal van Van Koppen [onderschrijft]” maar ik kan daaruit niet opmaken op welk ‘verhaal’ Peters dan doelt en dus ook niet of hij (ook) van oordeel is dat de Foslo in de onderhavige zaak ondeugdelijk is uitgevoerd. De steller van het middel geeft evenmin aan waar dat in genoemd proces-verbaal is te vinden. Ik maak bovendien uit onder meer de in het arrest weergegeven bevindingen van Peters op dat Peters wel degelijk conclusies heeft verbonden aan de resultaten van de Foslo-confrontatie. Gelet op het voorgaande was het hof mijns inziens niet gehouden om bij de motivering van zijn oordeel dat die resultaten voldoende betrouwbaar waren om voor het bewijs gebezigd te kunnen worden, afzonderlijk in te gaan op de gestelde ‘ondeugdelijke wijze’ waarop de confrontatie heeft plaatsgevonden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/690a00694f31bc1eafeddd137301129975bdf3c299c98d42752ef80a0f6e7080. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 690a00694f31bc1eafeddd137301129975bdf3c299c98d42752ef80a0f6e7080, en de alinea staat in dat document op bytes 67262 tot 69424.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/690a00694f31bc1eafeddd137301129975bdf3c299c98d42752ef80a0f6e7080 | shasum -a 256