Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 januari 2016
Alinea 33 Parket bij de Hoge Raad 5 januari 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 januari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:99.
Op grond van de hiervoor beschreven situatie hoefde de politie [verdachte] ten tijde van en kort na het aantreffen van het meisje in de sloot niet als verdachte van een strafbaar feit aan te merken. [verdachte] maakte zich tegenover de politie herhaaldelijk bekend als hulpverlener (Noodarts). Hoewel op een bepaald moment bij een aantal politiemensen het “onderbuikgevoel” is ontstaan dat sprake zou kunnen zijn van een strafbaar feit gepleegd jegens [slachtoffer] , dan wel op een zeker moment een dergelijke gedachte in het hoofd van politiemensen opkwam, maakt dat nog niet dat daarmee sprake was van een redelijk vermoeden van schuld jegens [verdachte] .
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/690a00694f31bc1eafeddd137301129975bdf3c299c98d42752ef80a0f6e7080. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 690a00694f31bc1eafeddd137301129975bdf3c299c98d42752ef80a0f6e7080, en de alinea staat in dat document op bytes 19342 tot 20018.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/690a00694f31bc1eafeddd137301129975bdf3c299c98d42752ef80a0f6e7080 | shasum -a 256