Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 januari 2016
Alinea 40 Parket bij de Hoge Raad 5 januari 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 januari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:99.
Een blik achter de papieren muur leert dat verdachte in de bewuste nacht van 26 augustus 2010 om 4:35 uur, dus vrijwel meteen nadat [slachtoffer] uit de sloot is gehaald op het politiebureau als getuige is gehoord. Uit het relaas proces-verbaal blijkt dat pas na dit verhoor nader onderzoek is gedaan op de plaats waar het slachtoffer werd aangetroffen en camerabeelden van de openbare weg en de camping zijn bekeken en dat op grond van die onderzoeksresultaten en de aangifte van het slachtoffer op 26 augustus 2010 om 13.00, [verdachte] als verdachte is aangemerkt. Daarop is verdachte op 27 augustus 2010 aangehouden. Het eerste verdachtenverhoor heeft plaatsgevonden op 28 augustus, nadat verdachte consultatiebijstand heeft gehad. Dat het hof hieruit afleidt dat [verdachte] toen hij op 26 augustus vlak nadat het meisje uit het water werd gehaald nog niet als verdachte werd aangemerkt is plausibel. Dat laat onverlet dat ik het ook het andersluidende oordeel van de rechtbank hierover kan begrijpen. De vraag op welk moment iemand als verdachte moet worden aangemerkt, is nauw verbonden met de waardering van de feitelijke gang van zaken en die waardering kan in cassatie nu eenmaal slechts marginaal worden getoetst.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/690a00694f31bc1eafeddd137301129975bdf3c299c98d42752ef80a0f6e7080. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 690a00694f31bc1eafeddd137301129975bdf3c299c98d42752ef80a0f6e7080, en de alinea staat in dat document op bytes 23794 tot 25352.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/690a00694f31bc1eafeddd137301129975bdf3c299c98d42752ef80a0f6e7080 | shasum -a 256