Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 januari 2016

Alinea 96 Parket bij de Hoge Raad 5 januari 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 januari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:99.

In deze zaak valt niet met volledige zekerheid uit te sluiten dat de persoon die door de politie als verdachte wordt aangemerkt door het slachtoffer wordt herkend vanwege het feit dat hij (ook) omstander was (toevallige passant/hulpverlener die aanwezig was toen het slachtoffer bij bewustzijn kwam). Daarom moet haar identificatie met de nodige terughoudendheid worden geïnterpreteerd. Anderzijds: een voorwaarde voor onbewuste overdracht is dat de getuige of het slachtoffer de persoon die hij/zij aanwijst als verdachte eerder onder optimale omstandigheden heeft waargenomen (registratie) als omstander (in dit geval als hulpverlener) of in een andere context (een eerder moment dat niet gerelateerd is aan het delict). Bij die voorwaarde kan in dit specifieke geval vraagtekens worden gezet.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/690a00694f31bc1eafeddd137301129975bdf3c299c98d42752ef80a0f6e7080. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 690a00694f31bc1eafeddd137301129975bdf3c299c98d42752ef80a0f6e7080, en de alinea staat in dat document op bytes 51739 tot 52548.