Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 juni 2016
Onder 3.22 Parket bij de Hoge Raad 24 juni 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 juni 2016, ECLI:NL:PHR:2016:992.
De besproken uitspraken zijn echter ook van belang voor de onderhavige vraag, een mogelijk recht op onderwijs van de betreffende taal. Het is aannemelijk dat als er geen aanspraak bestaat op onderwijs in een bepaalde (lands)taal, er ook geen recht bestaat op onderwijs van die taal. Dat laatste is ten opzichte van het recht op onderwijs in een bepaalde instructietaal (voor kinderen die een andere moedertaal hebben), van veel minder gewicht voor een effectieve uitoefening van het recht op onderwijs. Met andere woorden, wanneer er al geen recht bestaat op onderwijs in een bepaalde taal voor kinderen met een andere moedertaal, is moeilijk in te zien dat er wel een recht zou bestaan op onderwijs van een bepaalde taal. Bovendien is in de Belgische taalzaak in algemene zin overwogen dat art. 2, eerste volzin, EP, geen ‘linguistic requirement’ bevat. Dit raakt ook het onderwijs van een bepaalde taal.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/61e0eab8cfa25cd15df49c4d917b71c859719547dbcd9ae2afdb6646f9790f29. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 61e0eab8cfa25cd15df49c4d917b71c859719547dbcd9ae2afdb6646f9790f29, en de alinea staat in dat document op bytes 63137 tot 64283.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/61e0eab8cfa25cd15df49c4d917b71c859719547dbcd9ae2afdb6646f9790f29 | shasum -a 256