Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 juni 2016

Onder 4.3 Parket bij de Hoge Raad 24 juni 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 juni 2016, ECLI:NL:PHR:2016:992.

In de toelichting op het onderdeel wordt verwezen naar de – volgens Hollanda c.s. oneigenlijke – motieven die de wetgever hebben geleid tot afschaffing van de OALT-wetgeving. Ook bij het hof was Hollanda c.s. daarop uitvoerig ingegaan. Kennelijk zit Hollanda c.s. vooral dwars, zo is uit de stukken af te leiden, dat bij de afschaffing van het OALT-onderwijs doorslaggevend is geweest dat niet bewezen is dat OALT-onderwijs bijdraagt aan een betere beheersing van de Nederlandse taal, terwijl het bij de invoering ging om het belang van het leren van de moedertaal en het daardoor contact houden met eigen cultuur (‘taalbeleid is cultuurbeleid’). Het hof merkt in rov. 9 echter terecht op dat het niet de rol is van de civiele rechter om de deugdelijkheid te toetsen van de redenen die de wetgever ten grondslag heeft gelegd aan de afschaffing van de OALT-wetgeving.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/61e0eab8cfa25cd15df49c4d917b71c859719547dbcd9ae2afdb6646f9790f29. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 61e0eab8cfa25cd15df49c4d917b71c859719547dbcd9ae2afdb6646f9790f29, en de alinea staat in dat document op bytes 79978 tot 80999.