Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 juni 2016
Onder 4.9.3 Parket bij de Hoge Raad 24 juni 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 juni 2016, ECLI:NL:PHR:2016:992.
Daarbij geldt dat in de cassatiedagvaarding ten onrechte wordt aangevoerd dat deze stellingen zijn ingenomen in punt 16 van de inleidende dagvaarding en op de bladzijdes 14 tot en met 25 van de MvG. In punt 16 van de inleidende dagvaarding wordt weliswaar gesproken over het arrest van het EHRM van 12 november 2008, maar dat arrest wordt daar aangehaald in het kader van de uitleg van het IVRK. Bij de bespreking van art. 2 EP in de inleidende dagvaarding komt dit arrest niet meer terug. De verwijzing naar de memorie van grieven voldoet niet alleen niet aan de vereisten van art. 407 Rv (er kan niet worden volstaan met een verwijzing naar negen bladzijdes uit de memorie van grieven), maar ook zijn de hiervoor onder 4.9.2 bedoelde stellingen op die bladzijdes niet terug te vinden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/61e0eab8cfa25cd15df49c4d917b71c859719547dbcd9ae2afdb6646f9790f29. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 61e0eab8cfa25cd15df49c4d917b71c859719547dbcd9ae2afdb6646f9790f29, en de alinea staat in dat document op bytes 85776 tot 86576.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/61e0eab8cfa25cd15df49c4d917b71c859719547dbcd9ae2afdb6646f9790f29 | shasum -a 256