Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 augustus 2016
Onder 2.6. Parket bij de Hoge Raad 26 augustus 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 augustus 2016, ECLI:NL:PHR:2016:997.
Het gaat hierbij om meer dan alleen een gebrek van formele aard (vormverzuim). De wet schrijft immers voor dat de termijn van een dwangbehandeling als bedoeld in art. 38c, lid 1 onder a, Wet Bopz “zo kort mogelijk” is. In dat voorschrift ligt besloten dat de arts die de beslissing tot dwangbehandeling neemt een afweging maakt: deze afweging betreft niet slechts de keuze van wel of geen onvrijwillige behandeling, maar betreft ook de duur daarvan. Het mag geen automatisme zijn dat de duur van een onvrijwillige behandeling gelijk is aan de maximumduur die de wet toelaat (drie maanden). Dit spreekt misschien meer tot de verbeelding indien men voor ogen houdt dat een behandelingsplan kan voorzien in ingrijpende fysieke behandelingen (ik laat even het woord elektroconvulsietherapie vallen), onverlet de mogelijkheid van middelen en maatregelen in tijdelijke noodsituaties, als bedoeld in art. 39 Wet Bopz.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6d96aff9fe67fa98b5ecfa30d9ac3e917cbe8e909bead8aaabca969af6cb2d24. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6d96aff9fe67fa98b5ecfa30d9ac3e917cbe8e909bead8aaabca969af6cb2d24, en de alinea staat in dat document op bytes 15862 tot 16790.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6d96aff9fe67fa98b5ecfa30d9ac3e917cbe8e909bead8aaabca969af6cb2d24 | shasum -a 256