Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 augustus 2016

Onder 2.10. Parket bij de Hoge Raad 26 augustus 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 augustus 2016, ECLI:NL:PHR:2016:997.

Indien de rechtbank van oordeel is geweest dat klaagster aanvankelijk voldoende belang heeft gehad om zich op dit gebrek te beroepen, maar dit belang heeft verloren vanaf het moment dat uit de beslissing van de klachtencommissie op het schorsingsverzoek duidelijk werd althans haar duidelijk moet zijn geworden dat (het de bedoeling van de behandelaar was dat) de dwangbehandeling ten hoogste drie maanden zou duren , geldt het volgende. Het aspect van de onzekerheid over de resterende duur van de dwangbehandeling was daarmee misschien opgelost (zij het niet de doorstane onzekerheid in de toen al verstreken tijd). Maar met dit argument is nog niet duidelijk of, en zo ja hoe, de behandelaar de afweging heeft gemaakt of dwangbehandeling voor drie maanden passend is en aansluit bij het wettelijk vereiste van “zo kort mogelijk”. Met andere woorden: had met dwangmedicatie van minder dan drie maanden kunnen worden volstaan? . De slotsom is dat onderdeel I slaagt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6d96aff9fe67fa98b5ecfa30d9ac3e917cbe8e909bead8aaabca969af6cb2d24. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6d96aff9fe67fa98b5ecfa30d9ac3e917cbe8e909bead8aaabca969af6cb2d24, en de alinea staat in dat document op bytes 19812 tot 20922.