Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 oktober 2016

Onder 5.6 Parket bij de Hoge Raad 13 oktober 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 oktober 2016, ECLI:NL:PHR:2016:998.

Naar ik meen gaat het óók bij de beoordeling van de voorwaardelijke ontbinding onder de Wwz om de vraag of de werkgever daarbij gerechtvaardigd belang heeft en, zo dit het geval is, of en zo ja welke rechtsregel zich tegen de voorwaardelijke ontbinding verzet. Zoals Van Waegeningh en Chorus het uitdrukken, is de te beantwoorden vraag “(d)us niet: waarom mag het wel? Maar: waarom mag het niet? . Reeds om die reden meen ik dat aan het argument dat de Wwz een verzoek tot voorwaardelijke ontbinding niet uitdrukkelijk verbiedt, méér betekenis toekomt dan aan het argument dat de Wwz een verzoek tot een dergelijke ontbinding niet uitdrukkelijk toelaat, welk argument wel aan het (mijns inziens ten onrechte) veronderstelde uitputtende karakter van de Wwz wordt ontleend .

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/34fb594fd4a28af5e0200d7d334469c5d572bc4e796de36509ca2789f541dbf9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 34fb594fd4a28af5e0200d7d334469c5d572bc4e796de36509ca2789f541dbf9, en de alinea staat in dat document op bytes 132371 tot 133326.