Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 oktober 2016

Onder 5.12 Parket bij de Hoge Raad 13 oktober 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 oktober 2016, ECLI:NL:PHR:2016:998.

In zijn schriftelijke opmerkingen heeft mr. Sagel (onder 113) geopperd dat een verzoek tot voorwaardelijke ontbinding, voorafgaand aan het oordeel van de kantonrechter over de opzegging, leidt tot het voeren van een “additionele” procedure, hetgeen zou afdoen aan de door de Wwz beoogde dejuridisering. Ik kan dat bezwaar niet volgen. Van een “additionele” procedure (waarvan in de benadering van mr. Sagel kennelijk óók sprake is als het verzoek tot voorwaardelijke ontbinding bij wege van tegenverzoek wordt gedaan) is evenzeer sprake als de werkgever een onvoorwaardelijke ontbinding vraagt, uit te spreken in het geval dat de kantonrechter de opzegging vernietigt, welke variant ik mogelijk acht (maar mr. Sagel kennelijk niet; zie hiervóór onder 5.9). Het bezwaar tegen een “additionele” procedure mist in elk geval doel indien het verzoek wordt gedaan als tegenverzoek , nu art. 7:686a lid 3 Wwz het in één geding concentreren van samenhangende verzoeken juist favoriseert. Het in één geding concentreren van samenhangende verzoeken lijkt mij de doelstellingen van de Wwz, in het bijzonder die van versnelling, veeleer te dienen dan daaraan af te doen, zeker als het alternatief is dat procedures achtereenvolgens moeten worden gevoerd. Dejuridisering lijkt mij al helemaal niet aan de orde, waar voor de door de Wwz toegelaten ontbinding van de arbeidsovereenkomst nu eenmaal rechterlijke tussenkomst is vereist.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/34fb594fd4a28af5e0200d7d334469c5d572bc4e796de36509ca2789f541dbf9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 34fb594fd4a28af5e0200d7d334469c5d572bc4e796de36509ca2789f541dbf9, en de alinea staat in dat document op bytes 146092 tot 147753.