Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 oktober 2016
Onder 5.13 Parket bij de Hoge Raad 13 oktober 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 oktober 2016, ECLI:NL:PHR:2016:998.
Doel en strekking van de Wwz brengen voorts niet met zich dat coûte que coûte tegelijkertijd over het verzoek van de werknemer en dat van de werkgever moet worden beslist. Integendeel; in art. 7:686a lid 10 BW wordt juist gefaciliteerd dat een zaak in twee of meer zaken wordt gesplitst als het verzoek en daarmee verband houdende andere vorderingen zich naar het oordeel van de rechter niet voor gezamenlijke behandeling lenen. In de memorie van toelichting bij de Verzamelwet SZW 2015 (Stb. 2014, 504), waarbij de bepaling is ingevoerd, is aangegeven dat een splitsing aan de orde zou kunnen zijn, als een gezamenlijke behandeling van een ontbindingsverzoek en daarmee verband houdende vorderingen, naar het oordeel van de rechter, een onevenredige vertraging van de ontbindingsprocedure zou opleveren .
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/34fb594fd4a28af5e0200d7d334469c5d572bc4e796de36509ca2789f541dbf9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 34fb594fd4a28af5e0200d7d334469c5d572bc4e796de36509ca2789f541dbf9, en de alinea staat in dat document op bytes 147984 tot 148903.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/34fb594fd4a28af5e0200d7d334469c5d572bc4e796de36509ca2789f541dbf9 | shasum -a 256