Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 oktober 2016
Onder 5.19 Parket bij de Hoge Raad 13 oktober 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 oktober 2016, ECLI:NL:PHR:2016:998.
In dat verband doet zich allereerst het probleem voor dat het gelijk van de werknemer in de appelprocedure over de opzegging, anders dan onder het oude arbeidsrecht, niet tot vernietiging van die opzegging (en daarmee tot nietigheid van het ontslag op staande voet) leidt. Als de appelrechter oordeelt dat het verzoek van de werknemer tot vernietiging van de opzegging in eerste aanleg ten onrechte is afgewezen, kan hij de werkgever veroordelen de arbeidsovereenkomst te herstellen of aan de werknemer een billijke vergoeding toekennen (art. 7:683 lid 3 BW). Dat de veroordeling tot herstel een afdwingbare opdracht aan de werkgever behelst om de werknemer aan te bieden weer een arbeidsovereenkomst onder dezelfde voorwaarden met hem aan te gaan, heeft vragen opgeroepen over de identiteit van de oorspronkelijke met de herstelde arbeidsovereenkomst en daarmee over de vraag of het mogelijk is de “nieuwe” overeenkomst voorwaardelijk te ontbinden voordat deze überhaupt tot stand is gekomen en zulks bovendien op gronden dat niet aan de “nieuwe”, maar aan de “oude” arbeidsovereenkomst zijn ontleend.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/34fb594fd4a28af5e0200d7d334469c5d572bc4e796de36509ca2789f541dbf9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 34fb594fd4a28af5e0200d7d334469c5d572bc4e796de36509ca2789f541dbf9, en de alinea staat in dat document op bytes 159977 tot 161106.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/34fb594fd4a28af5e0200d7d334469c5d572bc4e796de36509ca2789f541dbf9 | shasum -a 256