Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 oktober 2016
Onder 5.22 Parket bij de Hoge Raad 13 oktober 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 oktober 2016, ECLI:NL:PHR:2016:998.
Dat, zoals mr. Kuipers poneert, de beoordeling op grond van art. 7:683 lid 3 BW pas aan de orde komt nadat de appelrechter heeft vastgesteld dat het ontslag op staande voet ten onrechte is verleend, maar er evenmin ruimte was voor ontbinding (schriftelijke opmerkingen onder 25), volgt naar mijn mening niet uit de tekst van art. 7:683 lid 3 BW. Uit die tekst volgt dat de appelrechter een keuze moet maken, zowel in het geval dat hij oordeelt dat de ontbinding ten onrechte is uitgesproken, als in het daarvan te onderscheiden geval ( “of” ) dat het verzoek om vernietiging van de opzegging of om herstel ten onrechte is afgewezen . Overigens acht ik op zichzelf wel juist dat de appelrechter, alvorens op grond van art. 7:683 lid 3 BW een keuze te maken, zich ervan rekenschap dient te geven of er ruimte voor ontbinding was, althans als de werkgever zich daarop heeft beroepen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/34fb594fd4a28af5e0200d7d334469c5d572bc4e796de36509ca2789f541dbf9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 34fb594fd4a28af5e0200d7d334469c5d572bc4e796de36509ca2789f541dbf9, en de alinea staat in dat document op bytes 170292 tot 171286.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/34fb594fd4a28af5e0200d7d334469c5d572bc4e796de36509ca2789f541dbf9 | shasum -a 256