Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 oktober 2016
Onder 5.26 Parket bij de Hoge Raad 13 oktober 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 oktober 2016, ECLI:NL:PHR:2016:998.
In de literatuur is op het bij de parlementaire behandeling van de Wwz ingenomen standpunt over de (in beginsel niet-)toepasselijkheid van het bewijsrecht kritiek geuit. Zo pleit Jansen ervoor te opteren voor een “ja, tenzij” in plaats van het “nee, tenzij” dat uit de wetsgeschiedenis blijkt , terwijl Van der Kraats meent dat het “muizengaatje” van de bijzondere omstandigheid zonodig (aanzienlijk) zal moeten worden opgerekt om de gewenste snelheid niet ten koste te laten gaan van waarheidsvinding en rechtsbescherming .
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/34fb594fd4a28af5e0200d7d334469c5d572bc4e796de36509ca2789f541dbf9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 34fb594fd4a28af5e0200d7d334469c5d572bc4e796de36509ca2789f541dbf9, en de alinea staat in dat document op bytes 176023 tot 176804.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/34fb594fd4a28af5e0200d7d334469c5d572bc4e796de36509ca2789f541dbf9 | shasum -a 256