Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 september 2017

Onder 4.23 Parket bij de Hoge Raad 25 september 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 september 2017, ECLI:NL:PHR:2017:1008.

4. De Afdeling heeft evenwel eerder in een uitspraak van 11 december 2013 in zaak nr. 201208181/1/A3 overwogen dat artikel 40 van de Wet Woz een bijzondere regeling voor openbaarmaking met een uitputtend karakter bevat, die de bepalingen van de Wob opzij zet. Uit de geschiedenis van de totstandkoming van artikel 40 van de Wet Woz (Kamerstukken II 1992/93, 22 885, nr. 3, blz. 27 e.v.) volgt dat de wetgever met deze bepaling een toegesneden regeling inzake openbaarmaking en geheimhouding heeft willen treffen ter zake van bij de waardevaststelling van woningen betrokken gegevens. Daarbij heeft de wetgever getracht een evenwicht te vinden tussen het belang van degene te wiens aanzien een beschikking is genomen om de waardevaststelling van de eigen woning te kunnen controleren en het belang van geheimhouding van gegevens over een niet aan hem toe te rekenen object.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d2f3fc358b91c45d1bb5851b1e79b8bb0334f362b586cbae11365993c7d593d8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d2f3fc358b91c45d1bb5851b1e79b8bb0334f362b586cbae11365993c7d593d8, en de alinea staat in dat document op bytes 126021 tot 126906.