Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 september 2017
Onder 5.10 Parket bij de Hoge Raad 25 september 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 september 2017, ECLI:NL:PHR:2017:1008.
Zoals reeds in de inleiding van dit vijfde onderdeel aan de orde is gekomen, meen ik dat voor de uitleg van de zinsnede ‘op de zaak betrekking hebbende stukken’ (en daarmee ook ‘stuk’) als bedoeld in artikel 7:4, tweede lid, van de Awb, kan worden aangesloten bij hetgeen heeft te gelden op grond van artikel 8:42, eerste lid, van de Awb. Wel zij opgemerkt dat een belangrijk verschil tussen deze artikelen is dat het in de bezwaarfase gaat om een verplichting van de inspecteur of de heffingsambtenaar om inzage te geven in de stukken of om een afschrift daarvan te verstrekken, terwijl het in de rechterlijke fase in beginsel gaat om het verstrekken van de stukken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d2f3fc358b91c45d1bb5851b1e79b8bb0334f362b586cbae11365993c7d593d8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d2f3fc358b91c45d1bb5851b1e79b8bb0334f362b586cbae11365993c7d593d8, en de alinea staat in dat document op bytes 138255 tot 138943.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d2f3fc358b91c45d1bb5851b1e79b8bb0334f362b586cbae11365993c7d593d8 | shasum -a 256