Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 september 2017
Onder 5.16 Parket bij de Hoge Raad 25 september 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 september 2017, ECLI:NL:PHR:2017:1008.
De vervolgvraag is of het voorgaande ook heeft te gelden ten aanzien van ‘op de zaak betrekking hebbende stukken’ die zijn opgenomen in applicaties die door de inspecteur of heffingsambtenaar bij de belastingheffing zijn gebruikt. Vooropgesteld zij, dat in beginsel ook applicaties zijn aan te merken als ‘digitale bestanden’. Naar mijn mening zijn ook applicaties aan te merken als ‘op de zaak betrekking hebbende stukken’ indien deze bij de besluitvorming aan de inspecteur ter beschikking staan dan wel hebben gestaan en daarbij een rol (kunnen) hebben gespeeld. Zie de uitspraak van de geheimhoudingskamer van gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 20 mei 2016, waarin is overwogen dat ‘de applicatie op digitale wijze hetgeen [bevat dat] normaliter in een papieren dossier wordt vastgelegd’. Voorts heeft dit gerechtshof overwogen dat ‘de applicatie een op de zaak van belanghebbende betrekking hebbend stuk [is], in zoverre gegevens zijn opgenomen van belanghebbende’.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d2f3fc358b91c45d1bb5851b1e79b8bb0334f362b586cbae11365993c7d593d8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d2f3fc358b91c45d1bb5851b1e79b8bb0334f362b586cbae11365993c7d593d8, en de alinea staat in dat document op bytes 141727 tot 142858.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d2f3fc358b91c45d1bb5851b1e79b8bb0334f362b586cbae11365993c7d593d8 | shasum -a 256