Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 januari 2017

Onder 3.5. Parket bij de Hoge Raad 10 januari 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 januari 2017, ECLI:NL:PHR:2017:101.

Voor de kwalificatie medeplegen is noodzakelijk dat sprake is van een gezamenlijke uitvoering dan wel dat nauw en bewust is samengewerkt. Medeplegen vereist dus niet alleen opzet op het grondfeit (op dat punt verschilt deze deelnemingsfiguur niet van de medeplichtigheid), maar ook samenwerking. Genoemde kwalificatie is daarbij slechts dan gerechtvaardigd als de bewezenverklaarde intellectuele en/of materiële bijdrage van de verdachte aan het delict voldoende wezenlijk of significant is. Indien het ten laste gelegde medeplegen in de kern niet bestaat uit een gezamenlijke uitvoering, maar uit gedragingen die met medeplichtigheid in verband kunnen worden gebracht, dient de rechter dat medeplegen in geval van een bewezenverklaring nauwkeurig te motiveren in de bewijsvoering. In geval van hennepteelt lijkt het medeplegen niet snel te worden aangenomen; een verdachte die, hoewel op de hoogte van de aanwezigheid van de betrokken hennepplantage, niet méér heeft gedaan dan bijvoorbeeld het ter beschikking stellen van een woning en overigens niet betrokken is geweest bij de teelt zelf of bij de verdeling van de opbrengst daarvan, is geen medepleger van het telen van de hennep.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2032a017ff628b59ab917d53a25c2464f57b25ff2a669d09f38fa72fbf680d3e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2032a017ff628b59ab917d53a25c2464f57b25ff2a669d09f38fa72fbf680d3e, en de alinea staat in dat document op bytes 12785 tot 14178.