Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 september 2017

Onder 4.15 Parket bij de Hoge Raad 25 september 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 september 2017, ECLI:NL:PHR:2017:1016.

Dat belanghebbende in verband met afwezigheid wegens vakantie pas later kennis heeft genomen van de uitspraak van het Hof betekent niet dat de termijn voor het indienen van een beroepschrift in cassatie niet is aangevangen volgens het bepaalde in artikel 6:8, lid 1, van de Algemene wet bestuursrecht, dat wil zeggen met ingang van de dag na die waarop het Hof die uitspraak aangetekend heeft verzonden. Dat belanghebbende tijdens haar vakantie geen maatregelen heeft getroffen met betrekking tot het in ontvangst nemen van aangetekende stukken is een omstandigheid die voor haar risico komt, zulks temeer nu de ontvangst van een schriftelijke uitspraak van het Hof in die periode gelet op haar eerdere verzoek de mondelinge uitspraak van het Hof te vervangen geenszins denkbeeldig was. Belanghebbende heeft kennelijk ook niet de griffie van het Hof vooraf in kennis gesteld van haar afwezigheid, noch een gemachtigde aangewezen aan wie de uitspraak tijdens haar afwezigheid zou kunnen worden toegezonden. Daar komt bij dat belanghebbende na haar terugkomst van vakantie nog zes dagen had om tijdig een beroepschrift in cassatie, al was het maar een voorlopig beroepschrift, in te dienen, van welke mogelijkheid zij geen gebruik heeft gemaakt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/db5fa2868fffb43563a379bb4caf24eeeb2936e685365a5846852c9b2629f326. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt db5fa2868fffb43563a379bb4caf24eeeb2936e685365a5846852c9b2629f326, en de alinea staat in dat document op bytes 85917 tot 87173.