Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 september 2017
Onder 5.29 Parket bij de Hoge Raad 25 september 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 september 2017, ECLI:NL:PHR:2017:1016.
Daarbij teken ik aan dat de (tegen)bewijsintensiteit hier de gebruikelijke is van ‘aannemelijk maken’. Het Hof legt de juiste maatstaf aan waar wordt overwogen dat ‘is vereist dat op grond van hetgeen belanghebbende aanvoert, redelijkerwijs de juistheid van het op grond van het vermoeden aangenomen feit moet worden betwijfeld’. Ik merk op dat het aan het Hof is om te beoordelen of een bepaald bewijs kan worden aangemerkt als ‘voldoende sterk’. In de door het Hof gemaakte afwegingen ontwaar ik geen onbegrijpelijkheid in cassatietechnische zin. Zie verder mijn beoordeling van het tweede middel.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/db5fa2868fffb43563a379bb4caf24eeeb2936e685365a5846852c9b2629f326. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt db5fa2868fffb43563a379bb4caf24eeeb2936e685365a5846852c9b2629f326, en de alinea staat in dat document op bytes 117729 tot 118354.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/db5fa2868fffb43563a379bb4caf24eeeb2936e685365a5846852c9b2629f326 | shasum -a 256