Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 augustus 2017

Alinea 46 Parket bij de Hoge Raad 29 augustus 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 augustus 2017, ECLI:NL:PHR:2017:1028.

13. De reikwijdte van art. 278, derde lid, Sv is door de Hoge Raad niet onbelangrijk uitgebreid in het arrest van 11 oktober 2005, ECLI:NL:HR:2005:AT5663, NJ 2007/454: redelijke wetstoepassing brengt mee “dat een en ander gelijkelijk geldt indien het gaat om een verzoek tot uitstel dat is gedaan door de op de voet van art. 279, eerste lid, Sv gemachtigde raadsman op de grond dat deze is verhinderd om ter terechtzitting te verschijnen.” In deze zaak was ter terechtzitting van het hof noch de verdachte noch zijn raadsvrouw verschenen en had de raadsvrouw een week voor de terechtzitting om aanhouding gevraagd omdat zij verhinderd was ter terechtzitting te verschijnen om haar cliënt bij te staan. Omdat het proces-verbaal van de terechtzitting geen uitdrukkelijke en gemotiveerde beslissing inhield omtrent het verzoek van de gemachtigde raadsvrouw tot uitstel van de behandeling, had zulks, naar uit het samenstel van de toepasselijke wettelijke bepalingen volgt, nietigheid van het onderzoek en de naar aanleiding daarvan gegeven uitspraak tot gevolg.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3d045574954b6975b8820ee555deec62bf961054ca1f0060183eef37e5f3cc22. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3d045574954b6975b8820ee555deec62bf961054ca1f0060183eef37e5f3cc22, en de alinea staat in dat document op bytes 16881 tot 18057.