Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 augustus 2017

Alinea 49 Parket bij de Hoge Raad 29 augustus 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 augustus 2017, ECLI:NL:PHR:2017:1028.

16. Ik meen dat er geen reden is de hiervoor besproken rechtspraak niet door te trekken naar de onderhavige zaak en tot een ander oordeel te komen dan dat het middel terecht is voorgesteld. Daaraan kan niet afdoen dat de verdachte ter terechtzitting aanwezig was en dat betoogd zou kunnen worden dat hij met het oog op de afwezigheid van zijn raadsman toen ook zelf om uitstel had kunnen verzoeken maar dat niet heeft gedaan zodat het hof het ervoor kon houden dat de verdachte afstand heeft gedaan van zijn recht op rechtsbijstand. De richting die dit betoog voor ogen staat, zou ik niet willen volgen. En bovendien zou ook dan moeten worden gezegd dat het initiatief bij het hof had behoren te liggen, in die zin dat het zich ervan had vergewist dat de verdachte inderdaad afstand wilde doen van zijn recht op rechtsbijstand en dat hof een afweging had moeten maken tussen het belang van de verdachte om te worden bijgestaan door een raadsman en het belang van een voorspoedige afdoening van de zaak en van deze belangenafweging in het zittingsverbaal blijk had moeten geven. Ook dat heeft het hof niet gedaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3d045574954b6975b8820ee555deec62bf961054ca1f0060183eef37e5f3cc22. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3d045574954b6975b8820ee555deec62bf961054ca1f0060183eef37e5f3cc22, en de alinea staat in dat document op bytes 23579 tot 24833.