Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 september 2017

Onder 3.4 Parket bij de Hoge Raad 25 september 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 september 2017, ECLI:NL:PHR:2017:1036.

Niet ter discussie staat dat de inspecteur op 21 december 2011 het aanslagbiljet per e-mail aan de gemachtigde van belanghebbende ( [BBB] ) heeft toegezonden. Uw Raad heeft in het arrest van 18 april 2014 geoordeeld dat indien het aanslagbiljet naar een onjuist adres is toegezonden, althans niet op de voorgeschreven wijze, en dit aan de Belastingdienst is te wijten, er niettemin aan de strekking van de regels van bekendmaking is voldaan als de belanghebbende of zijn vertegenwoordiger het aanslagbiljet of een afschrift daarvan ontvangt. Voor de toepassing van artikel 5 AWR moet het aanslagbiljet dan worden geacht de voorafgaande dag aan belanghebbende te zijn toegezonden. Belanghebbende heeft bij het Hof betoogd dat deze uitzondering evenwel louter ziet op bekendmaking van het aanslagbiljet op klassieke wijze - dat wil zeggen door toezending of uitreiking van de fysieke aanslag of een kopie daarvan - en niet op elektronisch berichtenverkeer. Ten aanzien van elektronisch berichtenverkeer heeft de wetgever het nodig gevonden aparte regelgeving in te voeren. Als de uitzonderingsregel van uw Raad ook zou zien op verkeer langs elektronische weg, dan zou het bepaalde in artikel 2:14 Awb (en artikel 3a AWR per 1 november 2015) voor het fiscale recht zinledig zijn. Dan kan de wetgever en uw Raad niet hebben beoogd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5a5ceaa9fa1518f551452b4dbabf812a558a534dbee1185502ebb79a40f71129. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5a5ceaa9fa1518f551452b4dbabf812a558a534dbee1185502ebb79a40f71129, en de alinea staat in dat document op bytes 125072 tot 126412.