Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 september 2017

Onder 4.4 Parket bij de Hoge Raad 25 september 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 september 2017, ECLI:NL:PHR:2017:1036.

Deze rechtsoverweging kan niet redengevend zijn voor het oordeel van het Hof dat belanghebbende zich ervan bewust was of moest zijn dat door indiening van de aangifte IB/PVV 2005 een aanzienlijk bedrag aan verschuldigde belasting niet zou worden geheven en hij aldus de vereiste aangifte niet heeft gedaan. Het Hof overweegt dat belanghebbende voor de indiening van zijn aangifte IB/PVV 2005 zich heeft laten bijstaan door een adviseur. Die adviseur heeft de Nederlandse onroerende zaken van belanghebbende kennelijk op grond van artikel 7.7 Wet IB 2001 als buitenlands belastbaar inkomen uit sparen en beleggen gekwalificeerd en dienovereenkomstig aangegeven. Zonder nadere motivering, die ontbreekt, valt dan ook niet in te zien op basis van welke feiten en omstandigheden het Hof tot het oordeel komt dat de adviseur op de hoogte was van de verhuur van het appartement, de daarmee verworven inkomsten, het indirecte aanmerkelijk belang van belanghebbende in [C] BV en het feit dat door indiening van de aangifte een aanzienlijk bedrag aan verschuldigde belasting niet zou worden geheven. Derhalve is de uitspraak van het Hof onbegrijpelijk, althans niet naar de eisen der wet met redenen omkleed.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5a5ceaa9fa1518f551452b4dbabf812a558a534dbee1185502ebb79a40f71129. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5a5ceaa9fa1518f551452b4dbabf812a558a534dbee1185502ebb79a40f71129, en de alinea staat in dat document op bytes 132312 tot 133524.