Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 september 2017

Onder 4.4 Parket bij de Hoge Raad 25 september 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 september 2017, ECLI:NL:PHR:2017:1036.

De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 18 april 2014, nr. 13/04796, ECLI:NL:HR:2014:930, voor een geval dat de aanslag niet op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt, geoordeeld dat aan de strekking van de regels over bekendmaking van besluiten dan niettemin is voldaan indien de belanghebbende of zijn vertegenwoordiger het aanslagbiljet of een afschrift daarvan ontvangt. Voor de toepassing van artikel 5 van de AWR moet het aanslagbiljet dan worden geacht de voorafgaande dag aan de belanghebbende te zijn toegezonden (vgl. HR 15 maart 2000, nr. 34999, ECLI:NL:HR:2000:AA5141, BNB 2000/220),[ ] met betrekking tot de bezwaartermijn. De stelplicht en bewijslast met betrekking tot feiten die deze uitzondering rechtvaardigen, rusten bij de inspecteur.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5a5ceaa9fa1518f551452b4dbabf812a558a534dbee1185502ebb79a40f71129. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5a5ceaa9fa1518f551452b4dbabf812a558a534dbee1185502ebb79a40f71129, en de alinea staat in dat document op bytes 184823 tot 185653.