Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 augustus 2017

Alinea 29 Parket bij de Hoge Raad 29 augustus 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 augustus 2017, ECLI:NL:PHR:2017:1038.

7. Of een verdachte wist of redelijkerwijs moest weten dat zijn rijbewijs ongeldig is verklaard, is een vraag die al diverse malen in cassatie aan de Hoge Raad is voorgelegd. Uiteraard laat deze vraag zich niet in algemene zin beantwoorden, maar vergt zij een beoordeling van de concrete omstandigheden van het geval. Dat neemt niet weg dat uit de desbetreffende rechtspraak het volgende valt af te leiden. Uit de enkele omstandigheid dat een besluit tot ongeldigverklaring van het rijbewijs per gewone en aangetekende brief is verzonden en niet als onbestelbaar retour is gekomen, kan niet zonder meer worden afgeleid dat de verdachte wist of redelijkerwijs moest weten dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard. Dat het postbedrijf een aangetekend poststuk pleegt te retourneren indien het niet persoonlijk aan de geadresseerde kan worden uitgereikt, maakt dat niet anders. Evenmin voldoende is dat de verdachte er weet van heeft dat hem de Educatieve Maatregel Alcohol en verkeer is opgelegd en dat het niet nakomen van de daaraan verbonden verplichtingen tot ongeldigverklaring van het rijbewijs zal kunnen leiden, en zo ook de omstandigheid dat de verdachte eerder straf heeft ondergaan wegens rijden gedurende dezelfde ongeldigverklaring van zijn rijbewijs.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/54dbb3ef5ecc7f8f2489e246bab83be7f5544d1d3b70df3f1206fc295debfefb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 54dbb3ef5ecc7f8f2489e246bab83be7f5544d1d3b70df3f1206fc295debfefb, en de alinea staat in dat document op bytes 12080 tot 13612.