Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 augustus 2017
Alinea 30 Parket bij de Hoge Raad 29 augustus 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 augustus 2017, ECLI:NL:PHR:2017:1038.
8. Dat de verdachte redelijkerwijs moest weten van de ongeldigheid van zijn rijbewijs kon het hof wel aannemen in een zaak die leidde tot het arrest van de Hoge Raad van 19 juni 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW8747. In dat geval was het besluit tot ongeldigverklaring zowel aangetekend als niet aangetekend verzonden en niet retour gekomen. Daarbij kwam dat het CBR ruim één maand na de ongeldigverklaring het ongeldig verklaarde rijbewijs had ontvangen en dat de verdachte vervolgens gedurende bijna zeven jaren geen nieuw rijbewijs had aangevraagd. Daaruit kon het hof afleiden dat de betrokkene redelijkerwijs moest weten dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard, zodat het daartegen gerichte middel faalde.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/54dbb3ef5ecc7f8f2489e246bab83be7f5544d1d3b70df3f1206fc295debfefb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 54dbb3ef5ecc7f8f2489e246bab83be7f5544d1d3b70df3f1206fc295debfefb, en de alinea staat in dat document op bytes 13618 tot 14337.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/54dbb3ef5ecc7f8f2489e246bab83be7f5544d1d3b70df3f1206fc295debfefb | shasum -a 256