Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 augustus 2017
Alinea 31 Parket bij de Hoge Raad 29 augustus 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 augustus 2017, ECLI:NL:PHR:2017:1038.
9. Net als in het laatstgenoemde geval volgt in de onderhavige zaak uit de bewijsmiddelen dat de verdachte zijn rijbewijs ten tijde van het tenlastegelegde feit niet tot zijn beschikking had en dat onduidelijk is of het rijbewijs door de verdachte zelf was ingeleverd of langs andere weg bij het CBR terecht was gekomen. Blijkens bewijsmiddel B. is het rijbewijs van de verdachte ongeldig sinds 25 september 2012 en was de “feitelijke inleverdatum ongeldig” 8 januari 2013. De tussen de pleegdatum en de feitelijke inleverdatum van het rijbewijs verstreken tijd (ruim negen maanden) is aanzienlijk korter dan in het zo-even genoemde arrest van 19 juni 2012 (bijna zeven jaren). Een ander verschil is dat de onderhavige bewijsmiddelen in het midden laten of het besluit tot ongeldigverklaring op enig moment – al dan niet aangetekend – aan de verdachte is verzonden. Een blik achter de papieren muur verschaft daarover evenmin duidelijkheid.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/54dbb3ef5ecc7f8f2489e246bab83be7f5544d1d3b70df3f1206fc295debfefb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 54dbb3ef5ecc7f8f2489e246bab83be7f5544d1d3b70df3f1206fc295debfefb, en de alinea staat in dat document op bytes 14343 tot 15306.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/54dbb3ef5ecc7f8f2489e246bab83be7f5544d1d3b70df3f1206fc295debfefb | shasum -a 256