Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 februari 2017

Onder 2.10 Parket bij de Hoge Raad 24 februari 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 februari 2017, ECLI:NL:PHR:2017:106.

Maar ook in dat laatste geval is er volgens mij een duidelijk rood sein voor toepassing van de omkeringsregel. Er is namelijk niet komen vast te staan dat – zo FPU daar al een ruimte/radiostudio voorhanden had in het gebouw van HAND – er aanwijzingen bestonden dat [eiser] betrokken was bij die door het regime clandestien geachte radiozender en al helemaal niet dat het gevaar waartegen de beweerdelijk geschonden norm beoogde te beschermen, zich vervolgens jegens [eiser] heeft verwezenlijkt in de vorm van gevaar van vervolging of erger van [eiser] . Hij is niet aangehouden in Soedan bij of na de inval door de veiligheidsdiensten en pas twee maanden later naar Egypte vertrokken en uiteindelijk (voor een al veel eerder, ruim voorafgaand aan de inval in het HAND kantoor met FPU afgesproken stage/cursus ) in Nederland beland. Zonder verwezenlijking van het bedoelde veiligheidsrisico is geen plaats voor de omkeringsregel. Er is, in een parafrase van de woorden van Hartlief , hier geen direct genoeg gevolg dat “past” bij de normschending. De toedracht van de schadetoebrengende gebeurtenis is niet komen vast te staan . Daar ketst de rechtsklacht naar mij voorkomt hoe dan ook op af.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2b5ac6654ebe386760079050cc4dd04bf1ba2780f9b3fe7bd6a96dcdba2658a3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2b5ac6654ebe386760079050cc4dd04bf1ba2780f9b3fe7bd6a96dcdba2658a3, en de alinea staat in dat document op bytes 39018 tot 40419.