Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 september 2017

Onder 4.8. Parket bij de Hoge Raad 25 september 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 september 2017, ECLI:NL:PHR:2017:1081.

De rechtbank stelt daarbij voorop dat zij bij de beoordeling van de vraag of bepaalde stukken zijn aan te merken als “op de zaak betrekking hebbende stukken” als bedoeld in artikel 8:42 Awb, aansluit bij de rechtsoverwegingen terzake van Hof Amsterdam in de uitspraak van 19 april 2006, nr. 04/4923 (VN 2006/36.1.2). “Op de zaak betrekking hebbende stukken” zijn stukken die de inspecteur bij het voorbereiden of het nemen van een besluit - in casu: het vaststellen van de aanslag en de boetebeschikking, dan wel het doen van de uitspraken op de bezwaren tegen die aanslag en boetebeschikking - heeft geraadpleegd of die zich op dat moment in het dossier bevonden. Dit betekent niet dat elk '8:42'-stuk voor een beslissing van het tussen partijen bestaande geschil relevant behoeft te zijn. In het onderhavige geval is echter wel van belang dat de aanslag en boete zijn gebaseerd op de voorstellen uit het controlerapport en derhalve op het controledossier.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/72035bfa16073443c821fc468a2a20c05470c559b5ddcbf59205d0093fa3d1c3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 72035bfa16073443c821fc468a2a20c05470c559b5ddcbf59205d0093fa3d1c3, en de alinea staat in dat document op bytes 170147 tot 171125.