Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 september 2017

Onder 3.64. Parket bij de Hoge Raad 25 september 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 september 2017, ECLI:NL:PHR:2017:1081.

Naar het oordeel van de geheimhoudingskamer is de applicatie een op de zaak van belanghebbende betrekking hebbend stuk, in zoverre gegevens zijn opgenomen van belanghebbende. Nu de Inspecteur geen gewichtige redenen voor geheimhouding heeft aangevoerd dient de Inspecteur de applicatie tot het procesdossier te laten behoren. De applicatie als zodanig (op een USB-stick of DVD) kan, zonder beveiligde verbinding met de systemen van de rijksbelastingdienst, niet werken. Met de zitting op 21 april 2016 heeft belanghebbende tezamen met de geheimhoudingskamer en de Inspecteur voldoende inzicht kunnen krijgen in de werking en van de inhoud van de applicatie. De Inspecteur heeft hierbij volle openheid gegeven en is zeer transparant geweest. Mitsdien heeft de Inspecteur voldaan aan de op de hem uit hoofde van art. 8:42 van de Awb rustende verplichting.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/72035bfa16073443c821fc468a2a20c05470c559b5ddcbf59205d0093fa3d1c3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 72035bfa16073443c821fc468a2a20c05470c559b5ddcbf59205d0093fa3d1c3, en de alinea staat in dat document op bytes 219758 tot 220624.