Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 september 2017
Onder 3.64. Parket bij de Hoge Raad 25 september 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 september 2017, ECLI:NL:PHR:2017:1081.
De Raad stelt — evenals de rechtbank — vast dat appellant hangende de gedingvoering in eerste aanleg niet alle op de zaak betrekking hebbende stukken heeft ingezonden. Dit geldt met name een aantal bijlagen bij het ‘rapport bureau opsporing BVG’. Hieruit volgt dat appellant de in art. 8:42, eerste lid, van de Awb neergelegde verplichting niet is nagekomen. De omstandigheid dat appellant door de rechtbank niet is uitgenodigd om de ontbrekende stukken in te zenden kan daaraan niet afdoen aangezien het bestuursorgaan de op de zaak betrekking hebbende stukken eigener beweging dient in te zenden. Het standpunt van appellant dat de nodige stukken zijn ingezonden wordt verworpen aangezien art. 8:42, eerste lid, van de Awb in die zin geen beperking aanbrengt in de in te zenden stukken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/72035bfa16073443c821fc468a2a20c05470c559b5ddcbf59205d0093fa3d1c3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 72035bfa16073443c821fc468a2a20c05470c559b5ddcbf59205d0093fa3d1c3, en de alinea staat in dat document op bytes 228724 tot 229533.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/72035bfa16073443c821fc468a2a20c05470c559b5ddcbf59205d0093fa3d1c3 | shasum -a 256