Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 september 2017

Onder 2.4.1. Parket bij de Hoge Raad 25 september 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 september 2017, ECLI:NL:PHR:2017:1081.

De verplichting voor een bestuursorgaan alle onderliggende stukken in het geding en ter kennis van de andere partij(en) te brengen, vervalt indien het daarvoor gewichtige redenen heeft en de rechtbank de weigering onderscheidenlijk de beperking van de kennisneming gerechtvaardigd acht, met toepassing van artikel 8:29 van de Awb. Zowel de Afdeling als de rechtbank hebben met het verzoek van de staatssecretaris de internationale correspondentie met België uitsluitend ter kennis van de Afdeling dan wel de rechtbank te brengen, ingestemd. Het is appellante die, door haar weigering de Afdeling toestemming te geven om van de aldus overgelegde stukken kennis te nemen, haar de mogelijkheid ontneemt de rechtmatigheid van de besluiten van de staatssecretaris en het daaraan ten grondslag liggende verzoek van de Belgische fiscale autoriteiten te toetsen. In beginsel zijn de gevolgen van een dergelijke weigering voor risico van appellante. In hetgeen appellante heeft aangevoerd kan geen reden worden gevonden hierop een uitzondering te maken. Bedoeld risico brengt mee dat de Afdeling geen aanleiding ziet het in de beslissing op bezwaar ingenomen standpunt van de staatssecretaris voor onjuist te houden. De rechtbank is eveneens tot die conclusie gekomen. Dit betekent dat de Afdeling aan bespreking van de overige, al dan niet voor het eerst in hoger beroep aangevoerde, gronden niet kan toekomen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/72035bfa16073443c821fc468a2a20c05470c559b5ddcbf59205d0093fa3d1c3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 72035bfa16073443c821fc468a2a20c05470c559b5ddcbf59205d0093fa3d1c3, en de alinea staat in dat document op bytes 258314 tot 259730.