Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 september 2017
Onder 4.39 Parket bij de Hoge Raad 25 september 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 september 2017, ECLI:NL:PHR:2017:1081.
Op 15 januari 2016 heeft de Hoge Raad arrest gewezen in een zaak waarin volgens de belanghebbende de Ontvanger niet alle op de zaak betrekking hebbende stukken als bedoeld in artikel 8:42 van de Awb had overgelegd aan de rechtbank, waaronder door de FIOD opgemaakte processen-verbaal en daaraan ten grondslag liggende stukken. De Hoge Raad heeft overwogen dat de stukken van het geding geen andere conclusie toelaten ‘dan dat belanghebbende voor het Hof voldoende gemotiveerd heeft gesteld dat de (…) bescheiden van enig belang kunnen zijn (geweest) voor de besluitvorming in de onderhavige zaak‘. De Hoge Raad heeft voorts geoordeeld dat ‘het Hof (…) derhalve [had] moeten toezien op overlegging van die bescheiden dan wel moeten oordelen dat zich één van de uitzonderingssituaties voordoet als genoemd in onderdeel 2.3.2 van het arrest van de Hoge Raad van 10 april 2015 (…)’.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/72035bfa16073443c821fc468a2a20c05470c559b5ddcbf59205d0093fa3d1c3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 72035bfa16073443c821fc468a2a20c05470c559b5ddcbf59205d0093fa3d1c3, en de alinea staat in dat document op bytes 375563 tot 376470.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/72035bfa16073443c821fc468a2a20c05470c559b5ddcbf59205d0093fa3d1c3 | shasum -a 256