Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 september 2017
Onder 4.83 Parket bij de Hoge Raad 25 september 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 september 2017, ECLI:NL:PHR:2017:1081.
Het CBb heeft op 6 november 2009 uitspraak gedaan in een zaak waarin de belanghebbende was opgekomen tegen een boete en het bestuursorgaan alleen stukken uit een geschoond dossier had overgelegd. Het CBb heeft overwogen dat een belanghebbende in boetezaken ‘in staat [moet] worden gesteld om alles aan te voeren wat zij in het belang van haar verdediging noodzakelijk acht. Dat betekent dat wanneer een belanghebbende gemotiveerd uiteenzet dat en waarom hij het van belang acht dat bepaalde stukken die zich onder het bereik van de toezichthouder bevinden, die stukken als op de zaak betrekking hebbende stukken als bedoeld in artikel 8:42 Awb moeten worden aangemerkt en dus, behoudens gevallen van gerechtvaardigde weigering op grond van artikel 8:29 Awb en uitzonderingsgevallen als misbruik van procesrecht, moeten worden overgelegd, ook als deze volgens de toezichthouder geen rol hebben gespeeld in het besluitvormingsproces dat aan het opleggen van de boete is vooraf gegaan’. Deze overwegingen heeft het CBb ook opgenomen in de uitspraak van 4 oktober 2011 in het kader van zowel artikel 7:4 als 8:42 van de Awb, de uitspraak van 24 april 2012 in het kader van artikel 8:42 van de Awb, en de uitspraak van 11 januari 2017 in het kader van zowel artikel 7:4 als 8:42 van de Awb.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/72035bfa16073443c821fc468a2a20c05470c559b5ddcbf59205d0093fa3d1c3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 72035bfa16073443c821fc468a2a20c05470c559b5ddcbf59205d0093fa3d1c3, en de alinea staat in dat document op bytes 412754 tot 414312.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/72035bfa16073443c821fc468a2a20c05470c559b5ddcbf59205d0093fa3d1c3 | shasum -a 256