Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 september 2017

Onder 5.2 Parket bij de Hoge Raad 25 september 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 september 2017, ECLI:NL:PHR:2017:1081.

Inmiddels is de digitalisering binnen de Belastingdienst ver doorgevoerd. Voor het fiscale bestuursrecht is van belang het (nieuwe) artikel 8:36a van de Awb, waarin is opgenomen dat ‘partijen en andere betrokkenen (…) ook de overige stukken langs elektronische weg in[dienen], tenzij de bestuursrechter anders bepaalt’. Dat betekent dat in beginsel, anders dan voorheen gebruikelijk was, de (op de zaak betrekking hebbende) stukken niet meer in geprinte vorm behoeven te worden verstrekt aan de bestuursrechter. Dat geldt ook voor de inspecteur c.q. de heffingsambtenaar of het bestuursorgaan. Hiermee rijst de vraag in hoeverre digitale bestanden, databases en applicaties zijn aan te merken als ‘op de zaak betrekking hebbende stukken’ in de zin van artikel 8:42, eerste lid, van de Awb.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/72035bfa16073443c821fc468a2a20c05470c559b5ddcbf59205d0093fa3d1c3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 72035bfa16073443c821fc468a2a20c05470c559b5ddcbf59205d0093fa3d1c3, en de alinea staat in dat document op bytes 418728 tot 419669.