Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 september 2017

Onder 5.8 Parket bij de Hoge Raad 25 september 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 september 2017, ECLI:NL:PHR:2017:1081.

Waar het echter gaat om de verplichting voor het bestuursorgaan om in de bezwaarfase, op grond van artikel 7:4, tweede lid, van de Awb, de op de zaak betrekking hebbende stukken voor belanghebbende ter inzage te leggen, moet mijns inziens, ter wille van de belanghebbenden, in principe worden uitgegaan van schriftelijke stukken, voor zover nodig geprint. Dat lijkt in ieder geval nodig waar het gaat om particulieren die optreden in hun eigen zaak. Wellicht is het mogelijk andere afspraken te maken met gemachtigden en met gevorderd gedigitaliseerde belanghebbenden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/72035bfa16073443c821fc468a2a20c05470c559b5ddcbf59205d0093fa3d1c3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 72035bfa16073443c821fc468a2a20c05470c559b5ddcbf59205d0093fa3d1c3, en de alinea staat in dat document op bytes 423275 tot 423857.