Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 september 2017

Onder 5.19 Parket bij de Hoge Raad 25 september 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 september 2017, ECLI:NL:PHR:2017:1081.

Anderzijds moet onder ogen worden gezien dat moet worden voorkomen dat belanghebbenden de procesgang gaan frustreren door het in te ruime mate verlangen dat allerlei bestanden en complete (controle)dossiers moeten worden overgelegd. Als dat zich voordoet kan dat erop uitdraaien dat de belanghebbende het verwijt treft van misbruik van procesrecht. Ingevolge het arrest van 25 april 2008 kan er sprake zijn van dergelijk misbruik ‘indien het belang van de belanghebbende bij de verlangde inzage niet opweegt tegen het belang van de Belastingdienst dat daardoor wordt geschaad, doch eerst indien de belanghebbende, in aanmerking nemende de onevenredigheid tussen zijn belang bij inzage en het belang van de Belastingdienst dat daardoor wordt geschaad, naar redelijkheid geen aanspraak op inzage kan maken’. Dat lijkt me een restrictief toe te passen uitzondering te moeten blijven, ten opzichte van de algemene wettelijke uitgangspunten voor overlegging van de (alle) ‘op de zaak betrekking hebbende stukken’.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/72035bfa16073443c821fc468a2a20c05470c559b5ddcbf59205d0093fa3d1c3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 72035bfa16073443c821fc468a2a20c05470c559b5ddcbf59205d0093fa3d1c3, en de alinea staat in dat document op bytes 431681 tot 432775.